Europese aanbevelingen

POst-its.jpg

Al de 270 aanbevelingen die opgesteld werden tijdens de 27 nationale raadplegingen werden verzameld, en per thema gegroepeerd. Door het samenvoegen van gelijkaardige of identieke aanbevelingen, door overlappingen weg te werken, en door af en toe te specifieke details te verwijderen zijn we uiteindelijk uitgekomen bij een lijst van 88 aanbevelingen.

 

Economie

 

  1. De EU moet de mogelijkheden voor ondernemerschap verder stimuleren, bijvoorbeeld met flexibelere belastingvoorwaarden voor zelfstandigen, om zo belastingontduiking terug te dringen, en ze moet het startkapitaal voor zelfstandigen versterken.
  2. De EU moet financiële markten reglementeren (actoren en producten), een zicht hebben op financiële stromen van handelsbanken die actief zijn in de EU en de stabiliteit van deze stromen verzekeren. Ze moet deze reglementering controleren via een Europees centraal financieel toezichtsorgaan of de Europese Centrale Bank hiervoor meer macht geven. Ze moet gezamenlijke voorwaarden invoeren om de veiligheid van privéspaargeld en de bedrijfscapaciteit van handelsbanken te verzekeren.
  3. De EU moet een verenigde en verhoogde inkomensbelasting op kapitaaltransacties (Tobin-belasting) en op productiviteitswinsten ondersteunen (“technologische meerwaarde”).
  4. De Europese Unie moet eisen dat het verlenen van Europese hulp aan ondernemingen wordt bepaald door de correlatie tussen de plaats van belasting en de plaats van productie. Ze moet toewerken naar een zekere fiscale transparantie en vermijden dat inkomsten worden overgezet, en bijdragen tot de afschaffing van belastingparadijzen.
  5. De EU moet ‘incentives’ creëren om te voorkomen dat productiebedrijven verhuizen naar landen met lagere lonen. De EU moet alle ondernemingen sanctioneren die EU-financiering en -subsidies hebben genoten en zich buiten de Europese Unie gaan vestigen. Ze moet dit doen door de terugbetaling te vragen van openbare subsidies die deze ondernemingen kregen en door belastingen in te voeren voor de financiering van sociale plannen.
  6. De EU moet de wetten inzake bedrijfscriminilatieit aanscherpen, de externe aansprakelijkheidsbescherming verbeteren en een bindende ethische gedragscode voor bedrijfsleiders invoeren.
  7. De EU moet werken aan een gunstig businessklimaat en de bureaucratische last voor bedrijven, vooral voor KMOs, verkleinen. Enkele maatregelen kunnen zijn: gerichte overheidsopdrachten, “enig loket“, toename van e-government, technische bijstand, gratis consultatiediensten, minder belastingen (vrijstelling eerste bedrijfsjaar), toegang tot microkredieten, promotie van regionale producten enz.
  8. Om economisch herstel te bevorderen moet de EU investeren in groeisectoren, maar ze moet vermijden dat privébedrijven afhankelijk worden van openbare subsidies.
  9. De EU moet een gezamenlijke EU-informatiedatabase creëren met vraag en aanbod in derde landen.
  10. De EU moet lidstaten steunen die zich klaarmaken om toe te treden tot de Eurozone (minstens anderhalf jaar voor de geplande toetreding) via informatiecampagnes over: de gevolgen van de invoering van de euro, de ervaring van andere landen, en informatie over de exacte gebeurtenissen bij de invoering van de euro.
  11. De EU moet de criteria versoepelen voor de ontwikkeling van de Eurozone door objectievere eisen te stellen. Vooral in de herziening van de prijsstabiliteitcriteria, door ze niet te berekenen vanuit de EU-landen, maar vanuit de gemiddelde inflatiekoers in de lidstaten van de Eurozone.
  12. De EU moet meer fondsen toekennen voor regio's met zwakkere infrastructuren om de aanleg mogelijk te maken van autowegen, spoorwegen en waterwegen, die voldoen aan de huidige en toekomstige economische behoeften. Ze moet de oorzaken van de minder bevoorrechte positie van sommige regio's onderzoeken en ze moet hun ontwikkelingspotentieel nagaan om investeringen en nieuwe tewerkstelling mogelijk te maken.
  13. De EU moet ecologische en sociale minimumnormen afspreken in bi- en multilaterale handelsakkoorden. Dit bevordert de concurrentiekracht van de Europese economie en steunt de sociale en ecologische ontwikkeling in handelspartnerlanden. Kwaliteitslabels zouden moeten worden ingevoerd of uitgebreid (bv. “Fair Trade”).
  14. De EU moet meer programma's invoeren om lidstaten te doen investeren in onderzoek en ontwikkeling (R&D) door ervoor te zorgen dat een bepaald percentage van het BNP naar R&D gaat. Bovendien moet ze het onderzoek door privébedrijven coördineren. Nationale coördinatieorganen moeten alle stakeholders erbij betrekken (staat, kerk, NGO's, enz.)Tegelijkertijd moet de EU fondsen toekennen voor efficiëntere vernieuwing en onderzoek. De EU moet een gezamenlijk onderzoeks- en vernieuwingsprogramma ontwikkelen met bepaalde focusgebieden. De verdeling van arbeid tussen de EU en de lidstaten moet duidelijk worden gemaakt.
  15. De EU moet de kansen helpen verhogen voor het krijgen van krediet om huizen te kopen tegen lagere rentes en met een langere terugbetalingstermijn, met als doel het huisvestingsprobleem op te lossen en de meeste appartementen zonder winstbejag voor verhuur aanbieden aan jonge mensen en sociaal zwakkeren.
  16. De EU moet ervoor zorgen dat elke burger van de EU toegang heeft tot goedkoop en snel internet door de ontwikkeling van de internetinfrastructuur mee te financieren. Er moet een concurrentiële markt en een maximumprijs voor internetdiensten komen.
  17. De EU moet ernaar streven om de nationale tradities in ere te houden. Nieuw voorgestelde maar ook bestaande EU-reglementen moeten tradities respecteren en beschermen, bijv. Europese hygiënenormen die beperkingen op de productie van traditionele maaltijden opleggen. De EU moet marktstudies en economische prognoses financieren, die de productie en export van traditionele producten aanmoedigen en ondersteunen. De EU moet lokale producten beschermen door fondsen te bieden die direct marketing ondersteunen.

 

Tewerkstelling

 

  1. De EU moet de arbeidsmarkt openstellen voor alle Europese burgers om vrij verkeer van arbeid in de hele EU te bevorderen. Ze moet de integratie van werknemers uit andere Europese landen in de arbeidsmarkt van het land waar ze wonen bevorderen door middel van onderwijsprogramma's, en gemeenschappelijke normen bepalen voor beroepskwalificatie.
  2. De EU moet informatie verspreiden over tewerkstellingsmogelijkheden in andere lidstaten en werklozen van alle leeftijden positief motiveren om werk te zoeken. De EU moet goede praktijken in heel Europa identificeren om werkloosheid tijdens de recessie tot het minimum te beperken (bijv. duobaanprogramma's, minder werkuren of vervroegde pensionering). Ze moet tewerkstellingsenquêtes houden, informatie verstrekken over de staat van en ervaring met de tewerkstellingsmarkt in verschillende landen en samenwerking tussen arbeidsbureaus bevorderen.
  3.  De EU moet dezelfde arbeidsvoorwaarden en regels creëren voor alle burgers van de EU op basis van een geharmoniseerd Arbeidswetboek, de harmonisering van arbeidsvoorwaarden voor werknemers en van rechten en plichten voor werkgevers. Dit Wetboek moet het recht op een passend loon en passende werkuren bevatten, en het beginsel van gelijk loon voor gelijk werk tussen mannen en vrouwen bevatten en tussen werknemers van andere EU-lidstaten.
  4. De EU-lidstaten moeten in elk land op een gecoördineerde manier een minimumloon invoeren, aangepast aan de nationale productiviteitsniveaus en in lijn met de kosten van levensonderhoud.
  5. De EU moet een Europese sociale dialoog opleggen waarbij economische en sociale actoren betrokken zijn, om overeenkomsten te bepalen tussen werkgevers en werknemers op sectoraal niveau, bijv; over werkuren, loon en voorwaarden.
  6. De EU moet inspanningen leveren om gediplomeerde werknemers uit derde landen aan te trekken (brain gain), en zo haar concurrentiepositie en economische groei helpen veilig te stellen. Dit kan gebeuren door een gemeenschappelijk arbeidsmigratiebeleid, waaronder een uitgebreid systeem met een Blauwe Kaart die in de hele EU geldig is en na twee jaar verlengd kan worden.

 

Sociaal beleid

 

  1. De Europese Commissie moet een wetgeving voorstellen die sociale ongelijkheid bestrijdt en voorwaarden creëert voor een samenvallen van sociale zekerheid en bijstandsystemen in alle lidstaten. Dit zou betrekking hebben op lonen en pensioenen, en zou “bodems” en “plafonds” bepalen voor sociale voorzieningen. De EU moet een mechanisme creëren om het sociale beleid van haar lidstaten te controleren en indien nodig bindende aanbevelingen te doen aan haar lidstaten om ervoor te zorgen dat de EU eerder komt tot een gezamenlijk sociaal systeem in de gehele EU.
  2. De EU moet instaan voor de naleving van bestaande antidiscriminatieregels, vooral rond het streven naar gelijkheid tussen geslachten en met een focus op bejaarden en mensen met speciale behoeften, en zo hun actieve en blijvende rol op de arbeidsmarkt en in de maatschappij waarborgen.
  3. De EU moet de sociale bescherming verhogen voor kwetsbare leden van de maatschappij in alle levensfasen, zoals bejaarden, gehandicapten of armen, daklozen en werklozen, en thuisverzorgers. Ze moet de uitgaven van een land van het BNP berekenen en afdwingbare doelen aan haar lidstaten opleggen in de strijd tegen armoede. Deze maatregelen moeten speciale aandacht krijgen in tijden van economische recessie.
  4. De Europese instellingen moeten wetten goedkeuren voor de invoering van verplichte progressieve persoonlijke inkomstenbelasting in alle EU-lidstaten om sociale ongelijkheden te doen dalen.
  5. De EU moet overheidspensioenen reglementeren en beschermen om ervoor te zorgen dat er geen discriminatie is tussen jongere en oudere generaties. Ze moet privépensioenplannen promoten, huidige pensioenplannen beschermen en garanties bieden voor pensioenfondsen.
  6. Om haar bevolking te verjongen moet de EU de lidstaten aanmoedigen beleid te ontwikkelen om gezinnen te steunen, bijvoorbeeld steun voor ouders die thuisblijven, zoals financiële steun, kindergeld of fiscale impulsen voor grotere gezinnen. Er moet speciale aandacht komen voor eenoudergezinnen en kinderrijke gezinnen.
  7. De EU moet werken aan een beter evenwicht tussen werk en gezin voor iedereen. Ze moet ouders en andere burgers met verzorgende taken in staat stellen om volledig deel te nemen aan het arbeidsleven, door te investeren in kinderdagverblijven die overdag, in de late namiddag en 's avonds open zijn, en in ouderschapsverlof en omscholing.  De EU moet minimumnormen voor deze kwesties formuleren.
  8. Om vrijwilligerswerk in haar lidstaten te stimuleren, moet de EU voorlichtingscampagnes houden, uitwisseling faciliteren en vrijwilligerscampagnes financieren. Er moet speciale aandacht zijn voor jongeren, bijvoorbeeld via een gerichte Activiteitendag voor Europese jongeren. Werklozen moeten bovendien worden aangemoedigd om vrijwilligerswerk te doen.
  9. De EU moet zich inzetten om de levensstandaard in evenwicht te brengen en het begrip tussen bevolkingsgroepen in lidstaten te vergroten voordat verdere uitbreiding wordt overwogen. Ondertussen moet ze een duurzaam kader van institutionele relaties met kandidaat-landen waarborgen, en hun geleidelijke integratie, de geleidelijke goedkeuring van het Europese sociale en economische model, en hun naleving van het gerechtssysteem en de openbare administratie promoten.
  10. De EU moet ervoor zorgen dat al haar lidstaten een gelijke en werkelijk grensloze status hebben, ondanks hun perifere geografische ligging. Ze moet dit doen door ervoor te zorgen dat alle reisbelastingen worden afgeschaft/herzien, door reizen naar geïsoleerde staten te reglementeren om al te sterke afhankelijkheid van bepaalde transportverleners te vermijden. Ze moet ook bijstand verlenen om de last die ontstaat door bijkomende transport- en reiskosten, voor passagiers en handelaars te verkleinen.

 

 

Gezondheidsbeleid

 

  1. De EU moet meer inspanningen leveren voor de oprichting van een gezamenlijk gezondheidszorgsysteem, op basis van knowhow uit de landen met de meest efficiënte systemen. Samen met haar lidstaten moet ze een gelijke basisgezondheidsnorm voor elke EU-burger implementeren. Er moet een gecentraliseerd overzicht komen van voorzieningen en normen. Er zou een onafhankelijk mechanisme voor EU-wijde erkenning van kwalificaties voor medische en gezondheidszorgprofessionals moeten worden ontwikkeld en geïmplementeerd.
  2. De EU moet patiëntenmobiliteit erkennen als een wezenlijk onderdeel van de vrijheid om overal in de EU diensten te kunnen krijgen. Daarom moet ze wettelijke zekerheid bieden voor de mobiliteit van patiënten, vooral daar waar diensten niet worden verstrekt in een lidstaat of waar er lange wachtlijsten zijn. De Europese Commissie moet een gezamenlijke database opstellen waar patiënten informatie kunnen krijgen over medische behandelingen in andere lidstaten.
  3. Om de verspreiding van ziekten te voorkomen en gezondheidsrisico's te verkleinen, moet de EU haar lidstaten aanmoedigen om meer nadruk te leggen op de bevordering van de gezondheid. Er moeten fondsen worden uitgetrokken voor het verplichte onderzoek van de gehele bevolking, in lijn met het beginsel "voorkomen is goedkoper dan behandelen". De EU moet wereldwijde ziektepreventiecampagnes uitwerken, vooral voor HIV, diabetes, obesitas en cardiovasculaire aandoeningen.
  4. De EU moet garanties bieden dat gezondheidsdiensten worden aangeboden op concurrentiële basis, wat inhoudt dat de nationale gezondheidsmarkten worden geliberaliseerd.
  5. De EU moet een regelgevend kader creëren om de premies voor gezondheidszorg tot een minimum te beperken.
  6. De EU moet verbanden tussen alternatieve en heersende geneeskunde aanmoedigen. Ze moet onderzoek, de overdracht van goede werkpraktijken en onderwijs in alternatieve geneeskunde reglementeren. Behandelingen met alternatieve geneesmiddelen moeten ook volledig terugbetaald worden door ziekteverzekeraars.
  7. Alle 27 Lidstaten zouden lid moeten worden van de Europese Orgaanbank.

 

Onderwijs

 

  1. De EU moet Europese onderwijs- en beroepssystemen op elkaar afstemmen door gemeenschappelijke criteria en normen in te voeren voor de verschillende in alle lidstaten erkende onderwijsniveaus. Dit moet bijvoorbeeld gaan om het faciliteren van leerling- en studentenmobiliteit binnen Europa, eenvormige toelatingsprocedures, examens en evaluaties.
  2. De EU moet meer investeren in de kwaliteit van alle onderwijsniveaus. Er zijn minimumnormen nodig voor aantrekkelijk, betaalbaar en interessant onderwijs van hoge kwaliteit, met nadruk op diversiteit en vernieuwing. Het kan hierbij gaan om de bestrijding van analfabetisme (daling van minstens 20% tegen 2020), het vroeg leren van een Europese taal, hulp voor vroegtijdige schoolverlaters, verbetering van de technische uitrusting op scholen en de uitwisseling van goede werkpraktijken tussen EU-lidstaten.
  3. De EU moet onderwijs voor iedereen onder de 21 jaar gratis maken.
  4. Godsdienst moet buiten staatsscholen of publiek gefinancierde scholen onderwezen worden.
  5. De EU moet cursussen invoeren die de Europese identiteit en een beter begrip van de EU, haar lidstaten en hun instellingen bevorderen. De maatregelen moeten onder andere bestaan uit het aan elkaar koppelen van scholen, een fonds om uitwisselingsprogramma's te financieren, lesgeven over de geschiedenis en cultuur van de EU en staatsburgerschap, en multicultureel bewustzijn.
  6. De EU moet maatregelen aanmoedigen die de toegang van kinderen tot onderwijs vergroten, ongeacht hun economische en sociale status, met voorrang voor kinderen uit arme gezinnen en plattelandsgebieden.
  7. De EU moet 'levenslang leren' ondersteunen en financieren door de toekenning van een bepaald percentage van het BNP. Dit omvat persoonlijke ontwikkeling in de ruimste zin van het woord. We zien dit als een wederzijdse verbintenis (plicht en recht): al wie gebruik maakt van het sociale systeem is verplicht om inspanningen te leveren voor zijn persoonlijke ontwikkeling. Dit moet concrete initiatieven bevatten, zoals een minimumpakket maatregelen per persoon of de uitgifte van onderwijsbonnen.
  8. De EU moet jobmobiliteit en opleiding stimuleren, in lijn met de behoeften van de arbeidsmarkt. Het kan hierbij gaan om steun voor lidstaten om centra voor jobmobiliteit te ontwikkelen, efficiënte beroepsoriëntering en het aanbieden van herscholing en nascholing voor beroepen waar veel vraag naar is. Dit kan worden bevorderd door een onafhankelijke EU-instelling die de uitwisseling van ervaringen moet coördineren en nuttig advies en subsidies moet verlenen.

 

Democratie

 

  1. De EU moet de transparantie en aansprakelijkheid van politici en ambtenaren vergroten. Dit is mogelijk door de ontwikkeling van een gezamenlijke gedragscode voor overheidsambtenaren, waarbij persoonlijke kwaliteiten en het strafblad van personen die werken in Europese en nationale instellingen worden bekendgemaakt, wat de wettelijke immuniteit van beleidsmakers verkleint en lobbywetgeving mogelijk maakt op nationaal en Europees niveau. Een Commissaris voor Gedragsnormen of een Europese Ombudsman voor Integriteit zou kunnen instaan voor deze acties.
  2. De EU-administratie zou efficiënter en minder bureaucratisch gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld door telewerken binnen EU-instellingen te verhogen en nieuwe technologieën te gebruiken voor voorbereidend werk en vergaderingen. Er zou één enkele locatie moeten komen voor het Europees Parlement, met minder parlementsleden, een langere rotatieperiode van het voorzitterschap van de Europese Raad en maatregelen zoals de daling van de reiskosten met 50% of een daling van de dagvergoedingen van de parlementsleden als ze minder dan 75% aanwezig zijn in het Parlement.
  3. De EU moet het aantal wettelijke voorschriften verminderen en alle documenten vereenvoudigen, bijvoorbeeld door het Verdrag van Lissabon te herschrijven als een enkel, onafhankelijk en op zichzelf staand document.
  4. De EU moet eraan werken om haar politieke beslissingen transparanter en begrijpelijker te maken voor haar burgers. Ze moet het beginsel van publieke toegang tot officiële stukken versterken en verbreden. Ze moet de informatiestroom tussen burgers en de EU-administratie verbeteren (media, debatten), een uitgebreide multimediacampagne opzetten om 'Europe Direct' bekend te maken als een eenvoudig toegankelijk informatieportaal over de EU. Websites, publicaties, boekjes, enz… moeten informatie over de EU verstrekken. Er moet een interactieve webpagina komen waar een panel van journalisten onderwerpen kiest en vermeldt die de mensen ruimschoots aanspreken.
  5. De EU moet op efficiëntere wijze informatie verspreiden onder burgers over het gebruik van de EU-fondsen en over EU-bijstand. Het kan hierbij gaan om externe, multinationale auditbemiddeling voor een tijdelijke systematische controle op het gebruik van EU-fondsen en de duurzame impact ervan op de sociaaleconomische ontwikkeling tot op regionaal niveau. De resultaten moeten in een goed gestructureerde elektronische vorm beschikbaar zijn voor de controleorganen en voor de burgers. De late betaling van fondsen moet vermeden worden.
  6. Er is een duidelijk onderscheid nodig tussen besluitvorming op Europees en op nationaal niveau, bijvoorbeeld inzake onderwijs, sociaal beleid en gezondheidszorg, gerechtelijk systeem en migratie. Beslissingen over belangrijke trends op macroniveau (bv. milieu) moeten worden genomen op EU-niveau. Dit geldt ook voor het onderhouden van contacten met internationale organisaties en de rest van de wereld. Beslissingen moeten worden genomen met een 2/3 meerderheid. De EU moet verdragen in dit opzicht herzien en tegen 2020 beslissen of ze een federale staat of een unie van onafhankelijke nationale staten wil zijn.
  7. De EU moet een bottom-upbenadering bevorderen, een open debat en deelname van burgers om het democratisch deficit te dichten,  en moet beslissingen te nemen op basis van de realiteit, d.w.z. door online petities, openbare stemming over voorstellen om Europese parlementsleden richting te geven, referenda, openbare vergaderingen, grootschalige raadplegingen zoals Europese Burgerraadplegingen, verhoogd lokaal engagement van EU-politici, enz.
  8. De rol van het Europees Parlement moet worden versterkt, en het Parlement moet het recht krijgen om wetsvoorstellen te doen.
  9. De EU-Commissaris van de lidstaten moet worden benoemd door het nationale Parlement of de bevolking, en de voorzitter van de Commissie moet rechtstreeks worden gekozen door de mensen van Europa.
  10. De EU moet een Europees Crisispreventiecentrum/-netwerk oprichten om informatie en acties over wereldwijde financiering en sociale (behalve militaire) crisissen te coördineren. Dit zou kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren voor besluitvorming opleveren.
  11. De EU moet aan de lidstaten de invoer van een verplichte Europese identiteitskaart opleggen. Deze kaart bevat een foto, persoonlijke gegevens en vermelding van het staatsburgerschap, en zou in elektronische vorm medische gegevens (optioneel) en vingerafdrukken kunnen bevatten. De doelstelling is het bieden van meer veiligheid, zekerheid over iemands identiteit, en een tastbaar teken dat de betrokkene deel uitmaakt van de Europese Gemeenschap.

 

Migratie en Integratie

 

  1. De EU moet een eenvormig integratiebeleid voor migranten uitwerken om kennis, begrip en verdraagzaamheid aan alle zijden te bevorderen.  Bijzonder belangrijk zijn verplichte, gratis taallessen, de promotie van vreemde talen in overheidskantoren en sociale diensten, de beschikbaarheid van gemeenschappelijke ontmoetingsplaatsen en het lesgeven in regionale en culturele geografie. Tegelijkertijd moet de culturele identiteit van immigranten behouden blijven.
  2. De EU moet een gezamenlijk vluchtelingenbeleid implementeren, en de criteria voor toekenning van de vluchtelingenstatus harmoniëren. De regel van "eerste asielland" moet worden afgeschaft.
  3. Om efficiënter om te gaan met illegale immigratie moet de EU algemene strategische en financiële verantwoordelijkheid dragen voor de versterking van de buitengrenscontroles, met inbegrip van de snellere behandeling en de standaardisering van de behandeling van mensen in transit. De EU moet maatregelen nemen om te vermijden dat landen aan haar buitengrenzen overbelast worden door een instroom van migranten. De EU-lidstaten moeten ervoor zorgen dat illegale immigranten geen banen aangeboden krijgen in de grijze economie.
  4. De EU moet de oprichting van de Unie voor mensen uit het Middellands Zeegebied steunen met het oog op de ontwikkeling van deze landen en een gecontroleerde immigratie.
  5. De EU moet de oorzaken van migratie onderzoeken in een strikt gecontroleerd en gecoördineerd ontwikkelingsbeleid (inclusief kennisoverdracht in lijn met het beginsel 'mensen helpen zichzelf te helpen'). Daarom moet ze investeren in de verbetering van fundamentele bestaansmiddelen van mensen uit de hele wereld. De lidstaten moeten samen streven naar een correctie van het soms “te rooskleurige” beeld van de mogelijkheden binnen de EU bij landen daarbuiten.
  6. De EU moet economische en sociale problemen aanpakken die ontstaan door de brain drain tussen EU-lidstaten. Deze problemen moeten worden aangepakt door het gebruik van concrete financiële en regelgevende mechanismen en andere middelen die gediplomeerd personeel aanmoedigen om binnen de EU te blijven.

 

Energie en Milieu

 

  1. De EU moet ernaar streven de opwarming van de aarde te beperken en fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen door hernieuwbare energie te promoten uit water, zon, wind, waterkracht, afval en resten afkomstig van de industrie. Lidstaten moeten samenwerken en energiebronnen ontwikkelen op basis van zowel nationale als regionale voorwaarden. Dit omvat gedecentraliseerde energieproductie, zelfbedruipende energieregio's en -gemeenschappen, en het gebruik van economische instrumenten en impulsen voor internationaal gecoördineerd onderzoek.
  2. De EU moet stimulerende maatregelen uitwerken – zoals belastingbeleid en financiële instrumenten – om investeringen in projecten voor efficiënt energiegebruik en energiebesparende maatregelen te steunen. Onderzoek naar efficiënt energiegebruik en technologieën moet meer gesubsidieerd worden. De EU moet gezamenlijk onderzoek, voorlichting, bijstand en sancties versterken, vooral op het vlak van transport, huisvesting en landbouw.
  3. De EU moet energiezekerheid waarborgen voor alle lidstaten door een transeuropees energienetwerk op te richten, en door energiebronnen en toeleveringskanalen te diversifiëren.
  4. De EU-organen moeten bestaande atoomenergie promoten, met de nadruk op de versterking van operationele veiligheid, en tegelijkertijd actief de ontwikkeling van nieuwe en alternatieve nucleaire technologieën promoten, bijvoorbeeld „hot nucleair fusion“ en „cold nucleair fusion“.
  5. De EU moet wetten creëren om de toegang tot de markt te verbeteren voor alternatieve energieleveranciers, bv; door transmissierechten te liberaliseren en de minimumtermijn voor contracten te verkorten. Lokale gedecentraliseerde energieproducenten moeten werkelijke toegang krijgen tot het elektrisch net.
  6. De EU moet een milieubeleid uitwerken dat de CO2-uitstoot doet dalen. Hiervoor moet ze bijvoorbeeld de aanleg en bescherming van bossen promoten, de CO2-uitstoot nauwgezet controleren, belastingen verlagen voor bedrijven die de CO2-grenzen niet overschrijden.
  7. De EU moet de economische, ecologische en sociale gevolgen overwegen van al haar beslissingen (reglementering, richtlijnen, aanbevelingen, begroting) – en deze duurzaam controleren. Ze moet goede praktijken verspreiden die duurzame ontwikkeling ondersteunen. De EU moet de haalbare duurzame productie van goederen en diensten versnellen, onder andere via haar eigen inkooppraktijken.
  8. De EU moet de boetes verhogen die worden opgelegd aan de lidstaten die de richtlijnen inzake milieubescherming niet volledig naleven.
  9. De EU moet streven naar de ontwikkeling van een milieuvriendelijke transportinfrastructuur en langeafstandstransport van goederen over de weg vermijden door de infrastructuur van spoor- en waterwegen te verbeteren. Alle beslissingen op het vlak van transportbeleid moeten worden genomen op basis van een milieu-impactbeoordeling in alle stadia, bijv. TEWI (totale equivalente warmte-impact). Tolgelden en gebruikersonkosten bij transport moeten milieucriteria bevatten zoals geluidsemissies en luchtvervuiling.
  10. De EU moet in samenwerking met lokale overheden en industrie openbaar vervoer stimuleren en met subsidies het bewustzijn verhogen, goede praktijken uitwisselen en de bewoners op verder afgelegen plaatsen in staat stellen te worden opgenomen in vernieuwende netwerken voor openbaar vervoer.
  11. De EU moet verantwoord gedrag tegenover afval aanmoedigen in samenwerking met regionale en lokale overheden. Dit moet gebeuren door een eenduidig recyclagesysteem, lasten voor niet terugbetaalde verpakking, informatiecampagnes, het gebruik van afval voor de productie van energie, stimulerende beleidsbepalingen met inbegrip van financiële maatregelen.
  12. De EU moet milieubewuste ondernemingen steunen en vervuilende industrieën hervormen door te investeren in nieuwe en schone productieprocessen en technologieën, vooral door de uitwerking van recyclingprogramma's voor elke industrie. De Europese Unie moet een label creëren voor goede milieupraktijken voor bedrijven. Er moeten sancties opgelegd worden voor wie de milieuregels schendt.
  13. De EU moet de lidstaten adviseren om milieubescherming op te nemen in de lessen op school. Ze moet uitgebreide EU-brede voorlichtings- en opleidingprogramma's gebruiken, vooral over het wegwerpen en recycleren van afval, en over klimaatsverandering en energiegebruik. Ze moet meer fondsen uittrekken voor de ontwikkeling van milieukennis.
  14. De EU moet expertise en fondsen leveren voor de instellingen in de lidstaten die zones beheren voor natuurbehoud en de bescherming van planten en leefgebieden van dieren.

 

Veiligheid

 

  1. De EU moet een versnelde stroom van veilige informatie bevorderen, die nodig is bij de preventie en opsporing van misdaad in alle lidstaten (bijv. drugshandel, mensenhandel en pedofilie). Enkele activiteiten zouden bestaan uit meer financiering voor en een beter gebruik van nieuwe geïntegreerde technologieën en een nauwere samenwerking tussen nationale politieagenten.
  2. De Europese Unie moet een geharmoniseerde Europese strafwet uitwerken, met dezelfde straf voor dezelfde misdaad in de hele Unie en eenvormige bescherming van slachtoffers. De wetboeken worden stap voor stap en unaniem aangepast om tegenstrijdige normen uit de weg te ruimen.
  3. De Europese Commissie moet een Europese politiemacht instellen die boven de nationale politiemachten wordt geplaatst, om grensoverschrijdende misdaad tegen te gaan (bijv. het FBI-model).
  4. De EU moet van Europa een veiligere plaats maken door de grenzen van haar lidstaten te beschermen als haar eigen grenzen en door een defensiebeleid op basis van Europese belangen goed te keuren.  De lidstaten moeten dit beleid naleven en mogen niet het belang van andere internationale organisaties dienen.

 

 

Consumentenbescherming

 

  1. De EU moet het consumentenbeschermingsbeleid versterken, inclusief de e-commerce. Ze moet dit doen via maatregelen zoals systematische controles van zaken als voedsel en farmaceutische producten, en invoer van buiten de EU. Er moet een strenge labelling komen die vergelijkingen tussen producten en grondstoffen vereenvoudigt. De procedure voor klachten en suggesties moet worden versneld. Er zou een centraal agentschap moeten komen dat sancties kan uitvaardigen.
  2. De EU moet de gelijkschakeling van de prijzen van goederen en diensten op de markt steunen en nuttige maatregelen nemen om elke burger toegang te verlenen tot basisproducten. Ze moet ook prijsstijgingen reglementeren. Regels die leiden tot gunstigere consumptieprijzen zijn nodig voor sommige producten, bijv. mobiele telefoons.

 

Landbouw

 

  1. De Europese Unie moet haar landbouwsubsidiebeleid reorganiseren en het totale percentage subsidies voor landbouw aanzienlijk verlagen. Ze moet het effectieve gebruik van subsidies controleren en de productie van goederen waar vraag naar is ondersteunen. Producenten die landbouwactiviteiten geleidelijk stopzetten door de lagere subsidies, verdienen tijdelijke ondersteuning, bedoeld als hulp bij de continue ontwikkeling van landelijke gebieden.
  2. De EU moet ervoor zorgen dat dezelfde boerderijsubsidies gelden in alle lidstaten. Informatie en consultancy moeten toegankelijk gemaakt worden voor boeren en deze moeten betrokken worden bij de programmering en controle van fondsen die voor hen bedoeld zijn.
  3. De EU moet ervoor zorgen dat landbouw geen averechts effect heeft op gezondheid en milieu en ze moet voedselonafhankelijkheid promoten. Dit betekent de promotie van duurzame landbouwpraktijken zoals organische landbouw, lokale voedselproductie, minder gebruik van meststoffen en pesticiden. GGO's moeten worden verboden, behalve voor medicinale doeleinden.

 

45 comments
belgie

Het is duidelijk dat er geen sociaal europees model is,de europese unie staan voor een enorme opdracht . het slagen hangt geheel af van het mobiliseren van de mensen. Zolang deze nog in hun verslavingsroes leven, zal die taak uiterst moeilijk, zoniet onmogelijk blijken. Terwijl bewuste mensen het voortouw nemen, is het niet ondenkbaar, dat „de massa" eerst door een (kleine of grotere) catastrofe (financièle crisis) wakker geschut moet worden. De praktijk leert immers, dat mensen pas dan veranderen, wanneer ze met de rug tegen de muur staan. Wanneer er „geen keus meer is". De hoop is, dat het dan nog niet te laat zal zijn. Het meest waarschijnlijke scenario is, dat het neo-liberale bestel (socio-carcinoom) „implodeert". Wij vallen dan allemaal terug op een lager welstandsniveau, hetgeen dé kans is om onze medemenselijkheid terug te vinden. De werkelijkheid onder ogen zien zoals zij is, is de enige manier om deze te redden
De Unie is immers ons aller toekomst. Ieder moet daarom in de gelegenheid worden gesteld - ongehinderd door onze vooringenomenheid - zijn beste talenten te ontplooien. Spirituele politiek berust immers niet, zoals de huidige partijbelangenorganisaties, op „verdeel en heers", maar op „verenig en wees dienstbaar". Zij is de verbindende factor voor de groeiende groep Unie-Europeanen. dan pas zal er een sociaal europees model haalbaar zijn.

"Sinds enkele decennia voelen wij, dat wij aan het begin staan van de grootste crisis der mensheid. Deze is geenszins slechts van economische of sociale aard, het systeem dat gemakkelijk door een ander bestaand bestel kan worden opgevolgd, maar een crisis van alle systemen, de oude en de nieuwe, alle zijn erin betrokken. Wat op het spel staat is niet minder dan het Zijn der mensen in de wereld. Een terug bestaat niet, alleen een er doorheen. Daarin zullen wij echter alleen slagen, wanneer wij weten waar wij naar toe willen".

Terwijl bewuste mensen het voortouw nemen, is het niet ondenkbaar, dat „de massa" eerst door een (kleine of grotere) catastrofe (financièle crisis) wakker geschut moet worden. De praktijk leert immers, dat mensen pas dan veranderen, wanneer ze met de rug tegen de muur staan. Wanneer er „geen keus meer is".

fast degree | free diploma | prior learning degree

Ieder moet daarom in de gelegenheid worden gesteld - ongehinderd door onze vooringenomenheid - zijn beste talenten te ontplooien. Spirituele politiek berust immers niet, zoals de huidige partijbelangenorganisaties, op „verdeel en heers", maar op „verenig en wees dienstbaar".

university degrees online & online doctorate degree

United States

Regels zijn nodig voor de prijsstelling van producten - mobiele telefoons en draadloze technologie is een van de belangrijkste product gebieden die aandacht nodig heeft.
guitars | drum kits | dj equipment

asdasd

Also this is the same Baxter corp that was a U.S. based pharmaceutical company that just weeks ago was involved in a scandal involving vaccines tainted with deadly avian flu virus has been chosen to head up efforts to produce a vaccine for the Mexican swine flu that has seemingly migrated into the U.S. and Europe.
bu dunyada ki cinsel sohbet insanlar sohbet yaparken birde kızlarla sohbet çıkarmışlar :) nekadar güzel ama >, sohbet etmek için islami sohbet ide bilmek gerek ve dini sohbet
cinsel sohbet, sohbet siteleri, sohbet
chat, chat siteleri chat siteleri
Eklenmeme durumunda site ismiyle beraber email lütfen, veeeee türk sohbet paix download
bitkisel tedavi, kameralı sohbet forex chat siteleri adanalı okey oyna

US

De Europese Commissie moet een Europese politiemacht instellen die chicago movers chicago local movers chicago moving rates

usa

In many cases, selling replica watches or pawning the watches watch to an online replica pawn shop is a great option. This is an rolex watches especially great option rolex if the watch is not in tag heuer great shape or it fake rolex has been broken. Many breitling pawn shops are breitling watches happy to buy replica omega watches watches, even those that cartier are nothing more than scrap gold.

usa

When you replica watches are choosing an watches online pawnbroker, make replica sure that you find tag heuer one that has a good rolex reputation and one rolex watches that will give you cartier watches a reasonable offer. Last, omega watches know what you want breitling watches to get when you sell your watch.

usa

In many cases, selling replica watches or pawning the watches watch to an online replica pawn shop is a great option. This is an rolex watches especially great option rolex if the watch is not in tag heuer great shape or it fake rolex has been broken. Many breitling pawn shops are breitling watches happy to buy replica omega watches watches, even those that cartier are nothing more than scrap gold.