“Gedurende het grootste deel van de geschiedenis vielen de grenzen van onze morele wereld met die van de stam, de taal en de religie samen. De gedachte dat we verantwoordelijkheid zouden dragen voor mensen die buiten onze grenzen wonen, gewoon omdat ze mensen zijn, is een moderne gedachte.”
Een vaststelling van Michael Ignatieff. Voor zover nodig onderstreept ze nog eens hoe moeilijk het voor de Europese Unie is om een Europees sociaal beleid in de steigers te zetten. Nog altijd botst onze morele en sociale wereld tegen de nationale, zoniet taalpolitieke grenzen aan. Dat verklaart waarom de lidstaten zich tegen de uitbouw van een sociaal Europa blijven verzetten en waarom de Unie er zo moeilijk in slaagt om het vertrouwen van de Europese burger te winnen.
Voormalig Commissievoorzitter Jacques Delors liet zich ooit ontvallen dat je op een gemeenschappelijke markt niet verliefd kunt worden. Om het emotioneel deficit van de Europese Unie, dat op termijn de legitimiteit en het draagvlak van de Unie aan het wankelen kan brengen, is er meer nodig dan kille begrotingscriteria. Europa verdient beter dan ronkende slogans, het heeft concrete sociale bevoegdheden nodig. Dat kan, maar we moeten er wel dringend mee beginnen. Bijvoorbeeld door de grenzen van de eigen morele wereld te slopen.