Als ik een prijs zou mogen uitreiken voor de grootste verdiensten van het Europese éénmakingsproces, zou ik twee laureaten in gedachten hebben : meer dan vijftig jaar vrede krijgt alvast een "lifelong achievement award". Dat vandaag nationale belangenconflicten niet meer leiden tot wapengekletter is voor de jongste generaties vanzelfsprekend, en dat is maar goed ook.
De andere prijswinnaar is ongetwijfeld de ééngemaakte markt. Grenscontroles zijn nagenoeg opgeheven, de euro maakt al tien jaar deel uit van ons dagelijks leven en bedrijven kunnen hun producten kwijt van Lissabon aan de Atlantische Oceaan tot het Bulgaarse stadje Vama, aan de Zwarte zee. Maar het palmares is onvolledig: een interne markt voor diensten is er nog altijd niet.
Het vrij verkeer van diensten staat nochtans als principe in het Verdrag van Rome, dat in 1957 de fundamenten legde voor de huidige Unie. Meer dan 50 jaar later blijft dit een politiek beladen thema, terwijl de éénmaking van de goederenmarkt, afgerond in 1992, zijn voordelen al ruimschoots bewezen heeft. In de periode 1992-2006 zorgde die voor 2,75 miljoen extra banen. Kosten van consumptiegoederen daalden en de keuzemogelijkheden stegen, doordat bedrijven een veel grotere markt konden aanspreken. Bovendien bevorderen de uniforme regels waaraan ondernemingen zich moeten houden de eerlijke concurrentie.
Voor diensten loopt dit eenmakingproces veel moeizamer. Nochtans is deze sector de belangrijkste motor van de Europese welvaart. Ongeveer de helft van alle economische activiteit en meer dan 70% van de werkgelegenheid in de Unie komen uit de dienstensector. Zeven van de tien nieuwe jobs in de Westerse wereld worden gecreëerd in de dienstensector.
Om de mobiliteit van diensten in de Unie te bevorderen stelde Europees Commissaris Frits Bolkestein in 2004 de dienstenrichtlijn voor. Voor buitenlandse dienstverleners moet deze richtlijn het makkelijker maken om zich te vestigen in het buitenland, door een vereenvoudiging van toelatings-en vergunningsprocedures. Daarnaast zou ook het "oorsprongsland-principe" gelden, wat wil zeggen dat een aannemer uit Madrid, evenzeer geschikt is om bouwprojecten uit te voeren in Amsterdam. Vele landen waren van mening dat dit voorstel te ver ging en uiteindelijk werd een afgezwakte versie aangenomen.
Momenteel maken de lidstaten een doorlichting van de regels die de vrijheid van de dienstensector nog beperken en die beter zouden verdwijnen. De stimulans die de éénmaking van de goederenmarkt was, is nu, in tijden van economisch onweer, meer dan ooit nodig om jobcreatie in de dienstensector te bevorderen. Vlaanderen bijvoorbeeld zou naar schatting 6 000 extra jobs kunnen genereren in de gezondheidszorg met minder beperkingen op de mobiliteit van patiënten. Bovendien is de dienstensector in de Unie, door een gebrek aan vrij verkeer, minder dynamisch en efficiënt dan die van andere economieën. De productiviteitsgroei van Europese diensten bedraagt minder dan de helft van die in regio's als Amerika, Japan en Korea. Ook op vlak van innovatie scoren we beduidend slechter.
De verdere voltooiing van onze interne markt, met name in de dienstensector, is dan ook nodig om onze economie de nodige impulsen te geven. Het zal de huidige financiële crisis niet oplossen. Het zal de donderwolken van dreigend banenverlies evenmin plots doen vervagen. Daar zijn andere maatregelen voor nodig, waar evenzeer een Europese aanpak noodzakelijk is. Het is wél een middel om onze productiviteit te verhogen, banen te scheppen voor morgen en onze welvaart te behouden.
Ik hoop dan ook dat ik, over een aantal jaren, de voltooiing van de interne markt definitief mag kronen tot pronkstuk van de Europese Unie.